Het 'Mar-a-Lago akkoord' wordt voorgesteld als een strategie om de Amerikaanse dollar te devalueren, vergelijkbaar met het Plaza-akkoord van 1985, met als doel de concurrentiekracht van de Amerikaanse industrie te versterken en handelsonevenwichtigheden te corrigeren. Het plan beoogt de dollar te verzwakken zonder zijn status als wereldreservemunt te verliezen. Dit zou de handel in evenwicht moeten brengen en de industriële capaciteit in de VS herstellen. Importheffingen en defensiesteun zouden als instrumenten worden gebruikt om andere landen te overtuigen samen te werken aan de devaluatie van de dollar.
In de huidige situatie noemt Miran de euro, renminbi en in mindere mate de yen als belangrijke valuta, maar twijfelt hij of Europa of China bereid of in staat zullen zijn om een dergelijk akkoord te sluiten. De VS heeft minder invloed om een multilaterale overeenkomst af te dwingen, vooral door een afgenomen geloofwaardigheid en de vermindering van de effectiviteit van importheffingen. Een unilaterale aanpak lijkt waarschijnlijker, maar dit zou kunnen leiden tot een verlies van vertrouwen in de dollar en schade aan zijn reputatie.
De vraag blijft of de dollar zijn status als wereldreservemunt zal behouden. Ondanks de opkomst van alternatieve valuta zoals de euro en renminbi, blijft de dollar dominant, dankzij de diepe en open kapitaalmarkten van de VS. Als de devaluatie van de dollar succesvol is, kan dit leiden tot hogere importprijzen, meer inflatie en verminderde koopkracht voor consumenten. Dit zou de economische uitdagingen vergroten, aangezien het beheer van de inflatie een delicate balans vereist.
Lees hier het volledige rapport van ABN AMRO